De psychologie van weerstand tegen kweekvlees

smiley-2979107_1920

Ook in deze studie werden vragen gesteld over melk en acceptatie. De meeste deelnemers weigerden kamelenmelk of hondenmelk te proeven, met het argument dat kamelenmelk ‘niet ethisch’ is en dat hondenmelk ‘dient voor puppy’s’. Argumenten die evenzeer kunnen gelden voor koeien en hun kalveren.

Een nieuwe studie aan de Universiteit van Groningen wijst op het belang van emotionele reacties op nieuwe voeding. Normen zijn de oorzaak van weerstand, intellectuele argumenten zijn vaak slechts rationaliseringen die voortvloeien uit een emotie.

De laatste jaren wordt ruim consumentenonderzoek uitgevoerd naar kweekvlees. In België is iets meer dan 40 procent van de bevolking positief ten aanzien van kweekvlees. Hetzelfde percentage heeft een neutrale houding en slechts 15 procent staat er echt weigerachtig tegenover. Op zich een veelbelovend resultaat voor kweekvlees, al moet daarbij worden benadrukt dat het gaat over de mening van consumenten en niet hun gedrag. Kweekvlees kan immers (in Europa) nog niet worden aangekocht of gegeten.

Naar de reden waarom mensen kweekvlees verwerpen, is ook al onderzoek gevoerd. Een nieuwe studie van onderzoekers aan de Universiteit van Groningen gaat hier dieper op in. Een veelvoorkomende kritiek van mensen die kweekvlees verwerpen is dat het ‘onnatuurlijk’ of zelfs ongezond zou zijn. De onderzoekers begrijpen dat het verleidelijk is voor de voorstanders om hier argumenten tegen in te brengen: de manier waarop conventioneel vlees wordt bekomen in slachthuizen heeft immers niets te maken met een natuurlijk proces en veel vleesproducten zijn allesbehalve natuurlijk (denk maar aan worst en broodbeleg). Ook de bewering dat kweekvlees en andere alternatieven ongezond zouden zijn, is gemakkelijk te weerleggen. De onderzoekers geven het voorbeeld van additieven  in spek en ziektekiemen in slachtvlees. Toch concludeert de studie dat deze argumenten weinig impact hebben op tegenstanders.

Het is een bekend psychologisch fenomeen dat mensen hun positie rationaliseren. In het geval van kweekvlees, stellen de onderzoekers, speelt vooral een emotionele afwijzing, een soort van walging. Sommige consumenten verwerpen intuïtief alles wat afwijkt van de normen die zij hebben geïnternaliseerd. Vlees dat niet komt van geslachte dieren wijkt af van wat zij als normaal achten, dus wijzen ze het af en nadien rationaliseren ze die reactie.

De onderzoekers halen het voorbeeld van melk aan. Koemelk wordt gelijkgesteld aan ‘melk’. Nochtans waren ook andere dieren kandidaat om die standaardrol op te nemen. Vermoedelijk is de koe historisch hiervoor een interessant dier omdat het melken niet teveel tijd in beslag neemt en de voedingswaarde hoog is. Hondenmelk bevat echter meer vet en eiwit per liter, dus hondenmelk had een alternatief kunnen zijn. Uiteindelijk is koemelk als standaard niet meer dan een conventie en werd die norm geïnternaliseerd door mensen. Tijdens een vorig onderzoek kregen nietsvermoedende consumenten een zogezegd nieuw zuivelmerk aangeboden om te proeven. Het ‘zuivelmerk’ scoorde hoog, tot de onderzoekers aankondigden dat het hondenmelk betrof (het was eigenlijk sojamelk). De appreciatie van de melk keerde snel om naar een reactie van walging.

Ook in deze studie werden vragen gesteld over melk en acceptatie. De meeste deelnemers weigerden kamelenmelk of hondenmelk te proeven, met het argument dat kamelenmelk ‘niet ethisch’ is en dat hondenmelk ‘dient voor puppy’s’. Argumenten die evenzeer kunnen gelden voor koeien en hun kalveren. Pogingen om deze zorgen weg te nemen, overtuigden de deelnemers niet: het oordeel bleef ongewijzigd en er werden nieuwe argumenten gemaakt te verdediging.

Hetzelfde wordt waargenomen voor vlees. Denk aan kippenvlees versus hondenvlees dat in China wel en in het Westen nooit wordt gegeten. Of garnalen versus insecten en miereneieren (het Mexicaanse escamoles) versus krabeieren. En dus ook slachtvlees versus kweekvlees. Iets dat afwijkt van de (culturele) norm kan afkeer opwekken, de argumenten nadien zijn dan rationaliseringen van de initiële emotie.

De onderzoekers besluiten dat acceptatie van kweekvlees niet zal worden bevorderd door het aanbrengen van rationele argumenten. Normverandering biedt wel een oplossing. Dat gebeurt enerzijds door tijd: wanneer producten door een minderheid wordt omarmd, worden ze meer aanvaardbaar voor een meerderheid. Dat is snel gebeurd in het Westen voor sushi. Marketingstrategieën kunnen volgens de studie best ook focussen op manieren om kweekvlees proactief te normaliseren. In plaats van enkel de nadruk te leggen op de voordelen op vlak van dierenwelzijn en duurzaamheid.

Het originele wetenschappelijke artikel kan u hier vinden: https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0272494421000980#!

Share

0