Kweekvlees vanuit een (pre)historisch perspectief

Kweekvlees komt steeds dichterbij. Enkele jaren geleden was het nog een academisch concept, nu lees je maandelijks over nieuwe prototypes. Hoe evalueer jij de komst van kweekvlees?

Het is opmerkelijk hoe snel kweekvlees opgang maakt sinds de eerste lab-ontwikkelde hamburger in 2013. Aanvankelijk waren er nog wat kinderziektes en moest je vele euro’s op tafel leggen om het te kunnen eten. Maar die tijd is gelukkig voorbij. Nu is het nog een kwestie van opschalen en het product op een concurrentiële manier in de markt zetten. De komende vijf tot tien jaar zijn dan ook cruciaal voor de toekomst van kweekvlees. Maar als ik sommige studies mag geloven dan zou tegen 2040 maar liefst een derde van alle vlees ter wereld uit labo’s kunnen of moeten komen. Een regelrechte revolutie.

Dus je evalueert kweekvlees positief.

Het zou in elk geval enorm helpen om de druk op onze planeet te verlichten. Zo stoot kweek-rundvlees maar liefst 95% minder broeikasgassen uit en vereist het 98% minder land dan klassiek rundvlees, althans volgens de meest optimistische studies. Bovendien zijn er voor kweekvlees nauwelijks antibiotica nodig, terwijl die in de klassieke landbouw nog steeds op grote schaal gebruikt worden en sterk bijdragen aan de verergering van de antibioticaresistentie.

Je bent geboeid door de relatie tussen klimaat en de evolutie van de mens. Is de ontwikkeling van kweekvlees een adaptatie van de mens aan een veranderende omgeving?

Een interessante vraag. Dat lijkt me inderdaad zo te zijn. Wij, mensen, zijn in elk geval gepokt en gemazeld door onze omgeving. Je kunt de geschiedenis dan ook perfect lezen als een strijd tussen de mens en zijn omgeving, waarbij klimaat een doorslaggevende rol speelde. En vandaag zijn we met zoveel dat we ook onze eetgewoontes in vraag moeten stellen. Anders dreigt de draagkracht van de planeet, onze omgeving, in het gedrang te komen.

Bovendien zijn er voor kweekvlees nauwelijks antibiotica nodig, terwijl die in de klassieke landbouw nog steeds op grote schaal gebruikt worden en sterk bijdragen aan de verergering van de antibioticaresistentie

Met jouw expertise bekijk je de zaken op een tijdschaal van duizenden tot miljoenen jaren, van het ontstaan van de mensachtigen tot nu. Een criticaster zou dan kunnen opwerpen: “klimaatverandering is van alle tijden, net als het eten van vlees uit gedode dieren”. Jij ziet toch een fundamenteel probleem in hoe we vandaag vlees consumeren?

Een zeer suggestieve vraag (lacht). Kijk, de mens is van nature een omnivoor, een echte alleseter. En vlees maakt daar een belangrijk onderdeel vanuit. Voedselverzamelaars eten of aten sowieso geregeld vlees en vis. En onder meer uit isotopenstudies van botresten blijkt dat het dieet van onze voorouders in ijstijd-Europa zelfs bijna hoofdzakelijk uit vlees bestond, vooral dan mammoetvlees. Het regelmatig, soms veelvuldig eten van vlees en vis veranderde echter eenmaal we landbouwers werden. Vanaf die tijd werd vlees een soort luxeproduct. Iets dat maar af en toe op de tafel van de gewone sterveling kwam. Ondertussen is vlees of vis weer alomtegenwoordig. En zeker in landen als de Verenigde Staten is er zelfs sprake van overconsumptie, met allerlei gezondheidsklachten tot gevolg.
 

Is vlees dan niet meer weg te denken volgens jou?

Ik beschouw vlees en vleesproducten als blijvertjes in onze eetcultuur. Ze zijn er altijd geweest, toch sinds pakweg 5 miljoen jaar, en ze zullen er nog lange tijd zijn. Het verschil zit in hem eerder in de absolute aantallen. Vlees voorzien voor 15 miljoen voedselverzamelaars of voor 10 miljard mensen maakt natuurlijk een wereld van verschil. En we stellen nu vast dat de vleesproductie voor zoveel mensen, zoals gezegd, een desastreuze impact heeft op onze planeet. Daarom moeten we volgens mij enerzijds streven naar een gezond evenwicht tussen plantaardige en dierlijke producten, waarbij we ook een onderscheid moeten maken tussen de verschillende types vlees. Zo is zowel de klimaat-, water- als landimpact van bijvoorbeeld kip of varken vele malen kleiner dan die van rundvlees. En anderzijds moeten we vol inzetten op de alternatieven zoals kweekvlees, in de eerste plaats als alternatief voor onze hamburgers en biefstukken. Let wel: enige mate van veeteelt is best duurzaam hoor. Heel wat gronden, zoals drassige weilanden of steppegebieden, zijn namelijk niet geschikt om aan akkerbouw te doen. Maar er kunnen wel koeien, geiten en schapen op grazen. Om dat ideale duurzaamheidsevenwicht te vinden, zou de menselijke consumptie van dierlijke eiwitten moeten schommelen rond de 12%. Ter vergelijking: op dit moment is ruim 60% van de eiwitten in het gemiddelde dieet van dierlijke oorsprong. 
 

Zou je zelf kweekvlees eten?

Zeer zeker. Waarom niet? Ik heb me laten vertellen dat de smaak en de textuur hetzelfde is als die van gewoon vlees. En dat is natuurlijk het grote voordeel ten opzichte van bijvoorbeeld de ‘Beyond Meat’-burgers. Persoonlijk vind ik die niet lekker en vind ik het verschil met echt vlees nog te groot om van een echte vervanger te spreken. In die zin is kweekvlees wel een vervanger in de puurste zin van het woord. Het potentieel is dan ook enorm.

Share

0