Ook Noren willen kweekvlees

Noorwegen-vlag

In Noorwegen gaat volgend jaar het ARRIVAL-project – Arrival of Cellular Agriculture-Enabling Biotechnology for Future Food Production – van start. Daarmee willen de Noren onderzoeken in hoeverre hun land onafhankelijk kan worden op het vlak van voedselvoorziening, en hoe ze zonder dieren te doden toch eiwitten in de vorm van vlees kunnen produceren.

Het project zal vijf jaar duren met een jaarlijks budget van 2 miljoen. Het Noorse onderzoeksinstituut van Voeding, Visserij en Aquacultuur (Nofima) zal het project leiden met de steun van een aantal partners.

In tegenstelling tot andere Noord Europese landen is de vleesproductie in Noorwegen tussen 2020 en 2021 met bijna vier procent gestegen. De meerderheid van de consumenten in Noorwegen zegt ook zich geen zorgen te maken over dierenwelzijn of een negatieve impact op het milieu.

Sissel Rønning van het ARRIVAL-project verklaarde dat ze via het project willen bekijken of Noorwegen onafhankelijk kan worden voor zijn voedselvoorziening. En of ze daarbij vlees kunnen produceren zonder er dieren voor te doden – kweekvlees dus.

90% minder landgebruik

Kweekvlees is momenteel alleen in Singapore verkrijgbaar voor consumenten, maar ook andere landen, zoals Noorwegen dus, zien potentieel in kweekvlees.

Nofima is één van de spelers in Noorwegen die kweekvlees willen produceren. Momenteel werkt Nofima nog met kalfsserum, maar ze willen dit op termijn vervangen.

Naast de vleesproductie is ook de zuivel- en eierproductie de afgelopen jaren toegenomen in het Scandinavische land. Daardoor wordt heel veel land gebruikt door runderen.

Volgens de Universiteit van Helsinki en het VTT Technisch Onderzoekscentrum van Finland zou het gebruik van alternatieve eiwitten, zoals precisiefermentatie, het landgebruik met bijna 90 procent kunnen verminderen in vergelijking met conventionele eierproductie. Het kan ook de uitstoot van broeikasgassen tot 55 procent verminderen.

Cellulaire landbouw is dan ook dé revolutie binnen de voedselproductie, concludeert Sissel Rønning.

Share

0